RIVM – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Over RIVM – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Alles over het RIVM: onderzoek, infectieziektebestrijding, vaccinatieprogramma en milieuadvies.
Wat is het RIVM?
Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) is een Nederlands kennisinstituut dat de overheid adviseert over volksgezondheid en milieuvraagstukken. Het RIVM valt onder het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Het instituut is verantwoordelijk voor het Rijksvaccinatieprogramma, de bevolkingsonderzoeken naar kanker en de Nationale Atlas Volksgezondheid. Tijdens epidemieën en pandemieën speelt het RIVM een centrale rol als adviseur van de overheid.
Met meer dan 2.000 medewerkers in Bilthoven verricht het RIVM wetenschappelijk onderzoek, monitort het de volksgezondheid en adviseert het over beleidsmaatregelen. Het RIVM is internationaal erkend als een van de meest gezaghebbende publieke gezondheidsinstituten.
In dit artikel
- Wat doet het RIVM?
- Rijksvaccinatieprogramma
- Bevolkingsonderzoeken en screening
- Infectieziektebestrijding
- Milieu en leefomgeving
- RIVM en zorgverzekering
- Kritische analyse
- Wat kun je zelf doen?
Het RIVM heeft een breed takenpakket dat zich richt op het beschermen van de volksgezondheid en het monitoren van milieufactoren die de gezondheid beïnvloeden.
Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is een van de belangrijkste taken van het RIVM. Via dit programma worden alle kinderen in Nederland gratis gevaccineerd tegen ernstige infectieziekten.
Het vaccinatieschema begint bij baby's van 6 weken oud en loopt door tot en met 14 jaar. Vaccinaties worden gegeven tegen ziekten zoals mazelen, bof, rodehond (BMR), difterie, kinkhoest, tetanus, polio (DKTP) en HPV.
De vaccinatiegraad in Nederland ligt rond de 90-95%, hoewel er regionale verschillen zijn. Het RIVM monitort de vaccinatiegraad en signaleert risico's bij dalende deelname.
Het RIVM organiseert drie grote bevolkingsonderzoeken naar kanker. Deze programma's zijn bedoeld om kanker in een vroeg stadium op te sporen, wanneer behandeling nog effectief is.